Een vrome ridder Hugo van Buren kreeg in 1142 van zijn neef de edelman Hugo van Goor die advocaat van de Utrechtse kerk was de kerk van Weerselo met alle goederen die hij daar bezat. De kerk was toen nog niet zelfstandig, maar was een kapel die vanuit Oldenzaal bediend werd.

Hugo en zijn gezellen voorzagen in hun eigen levensonderhoud door in strenge afzondering hard te werken. Op 14 september 1152 werd de stichting officieel tot klooster gewijd. Waarschijnlijk was het een dubbel klooster voor mannen en vrouwen tegelijk. Het klooster behoorde tot de orde van de Benedictijnen. In de eerste eeuwen van het bestaan had het klooster zwaar te leiden onder de roofzucht van de Twentse edelen. Vooral onder die van de heren van Saasveld. Uiteindelijk keerden de paters terug naar Utrecht en bleven de zusters alleen over. De overste gaf toestemming aan de Twentse adel om dochters en nichten in het klooster onder te brengen. Hierdoor is Het Stift ontstaan.

Stiftskerk_3

Zo werd het klooster een zuiver nonnenklooster en zou hiermee de kiem van het adellijke Stift zijn gelegd. Uit de overlevering is bekend dat de zusters van Weerselo tijdens Pasen, Hemelvaart, Pinksteren en Kerst in processie naar Ootmarsum gingen om in de kerkdienst te zingen. Deze tocht van de zusters is misschien wel het bekende vlöggeln met Pasen in Ootmarsum.

Toen de adellijke dames hun intrek namen in het klooster verslapte de kloostertucht. Kort na 1500 werd het klooster veranderd in een vrij, wereldlijk, adellijk Stift. Vrij van de strenge regels van het oorspronkelijke Benedictijnenklooster. De nonnen hoefden niet langer een voor het leven bindende kloostergelofte af te leggen. Zij konden uittreden wanneer ze wilden, bijvoorbeeld om een huwelijk aan te gaan. Het Stift werd zo een zeer welkome instelling voor de landadel.

Brand op Het Stift

Op de feestdag van St. Maarten in 1523 was een van de zusters zorgeloos met haar haardvuur omgesprongen zodat haar kamer in brand vloog. Omdat de andere zusters de brand te laat opmerkten greep het vuur zo snel om zich heen dat het gehele kloostergebouw en de kerk afbrandden. Een grote ramp, want veel boeren en burgers uit de verre omtrek van Het Stift brachten hun meest waardevolle eigendommen op Het Stift in veiligheid. Dit was omdat Het Stift bijzonder weinig last had van hertog Karels krijgsbenden. Het klooster was volgepakt met huisraad en verschillende bezittingen.

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedIn