De laatste restauratie was die van de Vicarie. De Vicarie lag vroeger net buiten de grachten van Het Stift. Het was toen woonhuis van de vicaris, iemand die een belangrijke taak had bij missen en erop moest letten dat iedereen zich aan de regels hield en later werd het herberg. De herberg is later naar de overkant verplaatst.

Dankzij de inzet van De Stichting Vrienden van Het Stift kon de restauratie van de Vicarie met de unieke doorrijschuur eind 1984 worden afgerond.

Klokkentoren

Klokkentoren

De toren van de Stiftskerk is van latere datum. Kloosterkerken hadden gewoonlijk een bescheiden torentje in de vorm van een dakruiter, waarin een misklokje of een angelusklokje hing, en ook met Weerselo is dit het geval geweest.

Dit torentje was te licht voor de andere klokken en zo ontstond er aan de Zuidelijke kant van de kerk een vrijstaand klokkenhuis, gemaakt van houten palen, bekleed met houten planken, ongeveer 20 à 24 voet hoog. Maar door gebrekkig onderhoud was het torentje zo verwaarloosd dat de koster ’s middag zijn leven moest wagen om de klokken te luiden. Het klokkenhuis werd verplaatst en onderhouden door de boeren van Weerselo.

Het tegenwoordige torentje, niet onaardig van vorm, rust op vier houten stijlen, die staan op de vloer van de Westelijke travee en door het gewelf en de kap heen oprijzen. Daarin hangen twee oude klokken. De oudste, uit 1545 van 88 cm middellijn draagt het opschrift in Gotische letters:

Heilige Remigius is mijn naam – mijn geluid zij God aangenaam
– toen men schreef duizend vijfhonderd en vijfenveertig daarbij –
toen goot Johan ter Steghe mij.

Tussen de tekst bevinden zich vijf medaillons met de voorstelling van de opstanding van Christus, het bezoek van Maria aan Elizabeth, de geseling, de kruisiging en de doop in de Jordaan (het laatste niet helemaal zeker).

De tweede klok, van 44 cm middellijn heeft als opschrift in Romeinse hoofdletters: ‘in het jaar des heils 1571’. In de laatste oorlog werd deze klok weggehaald, maar zij keerde reeds na drie maanden terug. Er zijn ook nog twee andere klokken op Het Stift geweest.

Wapensteen

Het kan worden vastgesteld dat de wapensteen boven de ingang van Het Stiftshuis van Hendrik Adolf Bentinck tot Schoonheten en zijn vrouw Mechteld Anna van Weleveld (een havezate bij Borne) is. Toen de voorgevel van dit Stiftshuis bij de restauratie in 1935/36 van zijn pleisterlaag werd ontdaan en de zandstenen omlijsting van de ingang met de twee ovale wapenschilden daarboven van onder de verflagen te voorschijn werd gebracht kwamen de wapens enigszins duidelijker aan de dag, of liever de schilden met hun dekkleden en gezamenlijke kroon, want de wapens waren er afgekapt, zonder twijfel in het revolutiejaar 1795.

Vaag was nog te zien, dat het linker schild (heraldiek rechts) een kruis vertoonde en de onderhelft van het rechter drie op bellen lijkende figuren. Het kruis kon aan de geslachten Bentinck of Van Heeckeren hebben toebehoord, de ‘bellen’ aan het geslacht van Bellinkhave of Bellinkhof.

Vermoed werd dat het getal dat boven de wapensteen staat (MDCCXXXI = 1731) het bouwjaar was, dat later bevestigd is door het Rijksarchief te Zwolle. Het ankerkruis, van zilver in blauw, behoort aan de familie Bentinck, het rechter wapenschild is van de familie Weleveld.

Het is doorsneden en vertoont boven de kop en de hals van een wolf in rood, beneden in blauw drie zilveren rozen. Bij de restauratie werd de verweerde en onduidelijk geworden wapensteen geheel vernieuwd.

Deel dit berichtTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedIn